In Nederland voelen we ons Europees kampioen woon-werkverkeer. We hebben de twijfelachtige eer van alle EU-landen de langste woon-werkreistijd te rapporteren in enquêteonderzoek van de OECD: gemiddeld 51 minuten per dag.

Uit dagboek-onderzoek naar tijdbesteding blijkt echter dat Nederlandse werknemers niet 'kampioen' zijn, maar met 60 minuten gewoon net iets boven het Europees gemiddelde van 58 minuten zitten.

Kennelijk voelt reistijd in Nederland anders dan in de rest van Europa. Misschien komt het doordat in de afgelopen 20 jaar het woon-werkverkeer in Nederland meer dan verdubbeld is. Of doordat, onder andere door files, de onbetrouwbaarheid van de reistijd in de afgelopen 10 jaar met 10% is toegenomen.
Waarom gaan we toch steeds met z’n allen toch in de file staan? Eén procent minder verkeer in de spits op het hoofdwegennet in 2009 ten opzichte van 2008 leidde tot 10% minder files, zo rapporteerde Minister Schultz van Haegen bij het aanbieden van de tussen-evaluatie van de 'mobiliteitsprojecten’ van de mobiliteitsprojecten aan de Tweede Kamer. Sinds 2006 proberen we – de overheid, maar uiteindelijk zijn we dat allemaal samen – namelijk iets aan de files in de spits te doen door in bepaalde regio’s (auto)mobilisten geld te geven voor elke keer dat ze aantoonbaar niet meer in de spits rijden: spitsmijden. Spitsrijders werden uitgenodigd om minder in de spits te rijden. Nieuw was dat je er geld mee kon verdienen: typisch zo’n 4 euro voor elke keer dat een deelnemer niet meer niet in de spits reed. Het 'enige’ dat iemand ervoor moest doen is een dagje thuis werken, carpoolen, trein, tram en/of bus nemen in plaats van de auto, of een keer vroeger of later van of naar het werk reizen. Per maand kon je zo tot wel € 150 per maand verdienen. In veel projecten werd dit – psychologisch heel slim – gepresenteerd als een beloning die je elke maand kreeg, waarbij voor elke keer dat je toch in de spits reed, een vast bedrag van je beloning af ging. Lager dan €0 kon je beloning echter niet worden.
En daar blijken wij Nederlanders wel voor te porren. Sinds de eerste proef met spitsmijden op de A12 tussen Zoetermeer en Den Haag in 2006 zijn er inmiddels zo’n 20 'mobiliteitsprojecten’ met spitsmijden uitgevoerd, vooral in gebieden waar het verkeer dreigde vast te lopen, bijvoorbeeld door geplande wegwerkzaamheden. De uitvoering van deze projecten vond in eerste instantie plaats via regionale mobiliteitsconvenanten onder de vlag van het programma 'Anders Betalen voor Mobiliteit (ABvM)’ dat ook de invoering van de kilometerheffing in Nederland zou regelen. Sinds 2010 - nadat de kilometerheffing politiek in de ijskast is gezet - zijn de mobiliteitsprojecten voortgezet onder de vlag van het programma 'Benutten’ van het Ministerie van IenM. Tot nu toe hebben tienduizenden mobilisten meegedaan aan spitsmijden, in projecten variërend van 124 tot 6000 deelnemers. In totaal kostten de projecten zo’n €100 miljoen.
En de opbrengst? Deze maanden lopen diverse spitsmijden-projecten af en worden de effecten geëvalueerd. Uit de tussen-evaluatie van deze 'mobiliteitsprojecten’ bleek al dat spitsmijden leidt tot gedragsverandering bij de deelnemers: zo’n 35-50% minder spitsritten. Op een ander tijdstip reizen is goed voor driekwart van de spitsmijdingen, thuis werken voor zo’n 10-20% en kiezen voor een ander vervoermiddel voor (slechts) een paar procent . Spitsmijdingen van deelnemers leidden tot zo’n 4-8% minder verkeer in de spits in de projectregio’s en – niet onbelangrijk – zo’n 10-20% minder 'voertuigverliesuren’, het verkeerskundig jargon voor vertraging.
Ook in geld uitgedrukt lijkt spitsmijden een efficiënt middel; er zijn projecten bij die meer opleveren dan ze kosten. Opvallend genoeg profiteren niet alleen de spitsmijders zelf, maar vooral ook de mensen die door de spitsmijdingen van anderen kunnen genieten van een betere doorstroming van het verkeer en daardoor minder tijd kwijt zijn aan hun woon-werkverkeer. Spitsmijden bij de Waalbrug in Nijmegen bleek in 2009 te leiden tot een reistijdvermindering van gemiddeld 2 minuut en 56 seconden per spitsrit per dag. Dat lijkt misschien niet veel, maar vermenigvuldigd met het aantal spitritten over de Waalbrug en de maatschappelijke waarde die een uur niet hoeven reizen vertegenwoordigt, komt je zo toch op €1,38 miljoen aan maatschappelijke baten op te leveren voor de 180 werkdagen in de 9 maanden die het project geduurd heeft, een fractie meer dan de €1,37 miljoen die het project gekost heeft, de beloningen van spitsrijders van €0,96 miljoen meegerekend. En dan hebben we de maatschappelijke baten van een meer betrouwbare reistijd (€0,34 miljoen) en de maatschappelijke baten van de spitsmijders zelf (€0,48 miljoen) nog niet eens meegeteld! Kortom: spitsmijden kan zichzelf maatschappelijk gezien binnen een jaar terugverdienen, volgens de berekeningen die de Nederlandse overheid voor dit soort grote projecten op het gebied van infrastructuur, ruimte en transport maakt.
Ook in het nieuwe programma 'Beter Benutten’ van het Ministerie van IenM vinden we diverse projecten met vraag-beïnvloeding en spitsmijden terug. En het mooie is – zeker in een tijd dat de overheid de broekriem aanhaalt – dat slim toepassen van ICT de kosten voor dit soort projecten kan verlagen, terwijl de effecten net zo groot kunnen zijn en soms zelfs groter! Daarover meer in een volgende blog, `Spitsmijden 2.0: ICT Beter Benutten?'