Personalisatie is van alle tijden: je eigen ringtone, via kleding een imago creëeren of deel uitmaken van een groep, enzovoorts. Personalisatie van diensten gaat een stap verder. Je aanbieder zorgt dan bijvoorbeeld dat alleen het nieuws dat je interesseert je bereikt. Dat klinkt goed, maar het kan ook saai worden. En bovendien brengt het privacy-risico’s met zich mee. Waar ligt de balans?
Een van de meest interessante vormen van personalisatie is locatie-afhankelijkheid. Navigatie is een bekend voorbeeld. Maar ook de NS-reisplanner die je kunt vragen wanneer de volgende trein naar Amsterdam vertrekt, en hij levert dan het dichtstbijzijnde station plus de vertrektijden op. Als je dat een stap verder zet, praat je over context-afhankelijke diensten. Je context beschrijft jou: waar ben je, wie ben je, wat doe je, werk/privé/ etc. Dit maakt ultieme personalisatie mogelijk. Maar je kunt die context ook (selectief) delen met anderen, waardoor je verbondenheid creëert. Of je zou automatisch een blog kunnen genereren van je activiteiten. Dat past immers helemaal in de hyves en blog-cultuur. Een voorbeeld van zo’n mobiele gepersonaliseerde applicatie is IYOUIT.
Context management als een service is niet zonder maatschappelijke risico’s: je besteedt het delen van je context (een blik op je huidige activiteiten dus) uit aan één of meer providers. Dan wordt privacy een echte issue, en is vertrouwen in je provider essentieel. De kern van de privacy-wetgeving is dat elk individu het recht heeft om te weten welke persoonlijke informatie waarvoor bewaard wordt (en dat mag laten wijzigen) en dat aanbieders niet ongevraagd informatie mogen verzamelen die niet absoluut noodzakelijk is voor het aanbieden van hun dienst. Context-informatie mag dus ook niet zomaar verzameld of zelfs gedeeld worden. Dat betekent dat er doorbraken nodig zijn op het gebied van tools en methoden voor privacy-bescherming, voordat context-management in zijn meest algemene vorm breed uitgerold kan worden.